Selecteer een pagina

 

Jaren geleden was het gebruikelijk om als mode inkoper tijdens een reis van één week je orders te plaatsen bij fabrikanten in het Verre Oosten. Het programma was vaak overvol. Omdat er in die tijd al aandacht was voor mensenrechten, zoals kinderarbeid, kregen wij als inkopers van een grote retailer de opdracht om te checken of er kinderen werkzaam waren in de fabrieken waar wij wilden gaan produceren.

We gingen op afspraak de fabrieken bekijken en kwamen kinderen tegen die lichte arbeid verrichtten of een fabriek vol met machines waar bijna geen mensen op dat moment aan het werk waren. Allemaal met lunchpauze? Daar trapten wij niet in, de fabriek werd afgekeurd en we raceten weer naar de volgende. Wat er met onze orders, die we plaatsten bij ‘goedgekeurde ‘ fabrieken’, precies gebeurden wisten we toen ook niet.

Het klinkt nogal bizar dat we op die manier probeerden iets aan een gigantisch sociaal probleem te doen. De oorzaak was dat we van onze werkgever niet de tijd en de juiste tools kregen om hier echt serieus mee aan het werk te gaan. Daarnaast was er ook geen MVO-beleid om op terug te vallen. Natuurlijk is kinderarbeid onderdeel van een veel groter systeem. Het gaat om de cultuur, de wetten van een land en de handhaving daarvan. Armoede, onderwijs en de kansen van een kind. Kinderarbeid is niet iets wat je als modebedrijf alleen kunt aanpakken. Aansluiten bij internationale organisaties, samenwerken met collega’s, NGO’s of een groter verband als het Convenant zijn enkele opties die er zijn om kinderarbeid op een duurzamere wijze aan te pakken. Dus niet alleen verbieden maar ook een alternatief bieden.